Laat maar rijzen

Banketbakkersleerlingen? Dat had ik niet achter deze meiden gezocht. Ik sprak de dames aan op een buitengewoon zonnige middag in februari. Ik had zojuist de vraag gesteld of ze beiden 100% gezond waren. Ze antwoordden dat ze geen problemen in hun lichaam ervoeren. “Nou,” zei ik, “dan mag ik jullie feliciteren!” Ze keken me verbaasd aan. “Ja,” zei ik, “we hebben al heel wat mensen gesproken die worstelen met ziekte, pijn en mankementen in hun lichaam.” We vertelden van een vrouw met versleten knieën die na ons gebed verlichting ervoer, maar ook over een jonge knul met astma die tijdens ons gebed zijn longen helemaal warm voelde worden. Ze luisterden allebei heel aandachtig.
Toen vroeg ik hen: “Hebben jullie wat met God?” “Nou,” zei degene die het oudste van de twee leek, “ik ben niet met de kerk opgevoed.” “Het gaat me ook niet om de kerk,” gaf ik aan, “maar heb je wat met God? Denk je er wel eens over na of Hij bestaat?” Dat hadden ze allebei eigenlijk nog nooit gedaan.
Samen met Arnout, met wie ik die middag op straat was, vertelden we hen toen wat ons doel was van die middag: dat we graag Gods goedheid uitdragen en we getuigden van nog meer ontmoetingen met mensen. Toen vroeg ik hen of ik goede woorden van God over hen mocht uitspreken en daar stemden ze mee in. Het eerste meisje waarvoor ik bad, liet het totaal onbevangen over zich heen komen. De woorden stroomden uit mijn mond, over haar verleden, het gezin waar ze uitkwam en nog een aantal specifieke dingen. Ze was verbaasd en onder de indruk hoe ik een en ander wist. Ik kon haar uitleggen dat God mij die woorden influisterde en dat ik heb geleerd het gehoorde door te geven.
Toen mocht ik ook over het andere bakkertje-in-spé woorden van leven uitspreken. Het raakte haar zichtbaar. We rondden ons gesprek af en liepen weer door, verwonderd. De meiden gingen op in de winkelende massa.
We mochten zaaien in de harten van deze meiden. Sprekend in de termen van hun vakgebied: we hebben het Woord met de andere ingrediënten mogen mengen en we laten het nu rusten. Ik bid dat in de rust de woorden zijn als gist dat het brood laat rijzen. Laat het maar omhoog komen en groeien. Mijn gebed is ook dat God dan weer arbeiders op hun pad brengt die hen verder brengen, zodat ook zij van het levend brood mogen eten en het op hun beurt weer doorgeven. De boodschap van God mag wat mij betreft als warme broodjes over de toonbank gaan, want wat is er geestelijk veel honger!

Hij gaf nog een vergelijking: “Het Koninkrijk van God is als gist, dat in het deeg wordt gedaan. Het doet ongemerkt zijn werk, tot het deeg helemaal gerezen is.”
Lucas 13:20 en 21 (HB)

Vader in de hemel, help mij vandaag uw Woord te vermengen in de gesprekken die ik heb zodat het Woord zijn werk zal doen en velen gevoed zullen worden. Amen.

By |2017-07-31T14:00:53+00:00juli 31st, 2017|Refresh|0 Comments

Leave A Comment

X