Het zwaard hanteren

Sinds een paar jaar doe ik aan hardlopen. Twee keer per week, als de kinderen naar school zijn, loop ik mijn rondje tussen de boomgaarden net buiten ons dorp. Nou heb je van de fanatieke lopers die wel verslaafd lijken aan hun sport. Zo één ben ik er niet! Als de dagen korter worden en de temperatuur omlaag gaat. Als de wind door je kleren blaast en de regen tegen de ruiten klettert, dan hijs ik mezelf nog net uit bed, maar een fris rondje hardlopen laat ik dan liever achterwege. Ook in de zomer ontstaat er spontaan een loopstop als het leven langzaam tot stilstand komt en de tijd even geen rol speelt. Ik draai me dan nog liever een keer om op mijn handdoek in de zon. Mijn hardloopschoenen blijven rustig een paar weken in de tent liggen.

Maar in al die andere maanden doe ik mijn best. Ik weet dat het goed voor me is en ik weet hoe voldaan ik ben als ik weer een rondje heb afgelegd. Toch levert het iedere keer weer een fikse discussie met mezelf op. Het begint al bij het opstaan. Ik trek meteen mijn hardloopkleding aan, zodat ik wel móet gaan lopen. En toch probeer ik het weer: “Ik kan ook morgen gaan lopen. Waarom dóe ik dit in vredesnaam! Ik heb het eigenlijk veel te druk.” Ik spreek mezelf ernstig toe en ga toch. Onderweg stel ik mezelf voor om het rondje in te korten, want: “ik kan echt niet meer”. Het volgende voorstel is om bij de eerste bocht een stukje te gaan wandelen, want mijn benen doen zo’n pijn. Iedere keer moedig ik mezelf weer aan : “Kom op! Gewoon doorgaan, je hebt dit vaker gedaan. Die pijn loop je er wel weer uit. Je bent al over de helft. Je kunt het!” Zo kom ik discussiërend met mezelf weer thuis en heb ik het toch maar weer gedaan. Op naar de volgende keer.

Laatst bedacht ik dat de gesprekken die ik voer vanbinnen ook op een ander niveau in mijn denken worden gevoerd. Dan is het de vijand die mij leugens influistert, mij wil ontmoedigen en mij aan het twijfelen wil brengen. Ik loop de wedloop die voor mij ligt, maar hij wil dat ik moe wordt, ontmoedigd raak en opgeef. Wat is het dan belangrijk om het Woord van God te kennen en de vijand van repliek te dienen als hij weer komt met zijn smerige praatjes. Met het Woord van God kunnen we hem weerstaan, want het Woord van God is levend, krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard.

“Hoe lief heb ik Uw wet! Hij is heel de dag mijn overdenking. Uw geboden maken mij wijzer dan mijn vijanden, want zij zijn voor eeuwig bij mij. Ik ben verstandiger dan al mijn leraren, want Uw getuigenissen zijn mij tot overdenking.” Psalm 119: 97 en 98

Lieve Vader, ik wil zo graag Uw woord, dat tweesnijdend zwaard, beter leren hanteren. Geef dat ik ook kan zeggen “Hoe lief heb ik Uw wet”. Wek het verlangen in mij om Uw woord te overdenken, te herkauwen en me eigen te maken, zodat ik net als de psalmdichter “verliefd wordt” op Uw woord en ook de vijand steeds beter leer weerstaan. Amen.

By |2017-08-21T14:00:21+00:00augustus 21st, 2017|Refresh|0 Comments

Leave A Comment

X